Onder de motorkap is digitalisering een belangrijk thema in het domein Techniek van hogeschool Windesheim. Lectoraten op het gebied van industriële automatisering, energietransitie en zorg zijn ervan doordrongen. Moet er dan nog een lectoraat komen, met als werktitel ‘Digital Business & Society’, dat het thema digitalisering breder oppakt? Die vraag heeft kwartiermakend lector Erik Fledderus meegekregen. Binnen twee jaar moet zijn verkenning draagvlak opleveren voor wel of juist niet een nieuw lectoraat. “TechForFuture is hier een belangrijke verbinder in de zoektocht naar thema’s op het gebied van technologieontwikkeling en -toepassing die zinnig zijn om samen op te pakken, met bedrijven die hun concrete vraagstukken willen inbrengen.” In gesprek met een wiskundige die zich heeft ontpopt als innovatiemanager en techniekfilosoof.

Erik Fledderus studeerde toegepaste wiskunde in Twente, promoveerde er en ging in 1997 werken bij KPN Research, dat later onderdeel van TNO werd. Als onderzoeker, adviseur, projectleider en programmamanager was hij nauw betrokken bij de opkomst van mobiele en digitale communicatie. “Dat werd steeds belangrijker en ik ging nadenken over hoe de benodigde innovatie eigenlijk in elkaar zat. Hoe komt een bedrijf op dit gebied van een briljant idee naar een product of dienst. Wat ontwikkel je zelf en wat doe je samen met anderen? Dat lag niet direct op mijn terrein als wiskundige, maar ik had wel geleerd gestructureerd en kritisch na te denken en naar een bepaalde orde te zoeken in de manier waarop je processen kunt organiseren en structureren, en hoe je dingen kunt verbeteren.”

Je moet, in de maakindustrie maar ook daarbuiten, continu kunnen meten wat er in je slimme processen gebeurt. De vraag is vervolgens wat je met al die meetgegevens doet. Dat is waar digitalisering over gaat: slimme dingen doen met je data en kijken of je daarmee processen kunt verbeteren.

Wat in het geval van Fledderus ook hielp, was zijn belangstelling voor techniekfilosofie. “Dat vak heb ik in Twente met interesse gevolgd. Is techniek altijd het ultieme antwoord of kun je er ook kritischer naar kijken en wat zijn de donkere kanten van techniek?” Het zijn de vragen die hij gedurende zijn loopbaan is blijven stellen. “Ze helpen nu ook bij mijn verkenning”, loopt hij in het interview alvast vooruit op zijn huidige opdracht.

Innovatiemanagement

Zo kwam Fledderus in 2011 terecht in de directie van TNO, als verantwoordelijke voor innovatiemanagement en directeur van de unit Informatiesamenleving. “Ontwikkelingen als Internet of Things, sensoriek en big data stonden toen nog in de kinderschoenen. Het ging bij TNO niet alleen om de techniek maar ook om de businessmodellen eromheen en de manier waarop je tot vernieuwing op dit gebied komt. Digitalisering was (en is) een belangrijk onderwerp voor TNO, maar steeds meer als een verbindende factor, een soort motor onder de motorkap waar andere domeinen iets goeds mee moeten doen. Denk aan de energietransitie, smart industry, slimme auto’s en zelfs slimme steden. Daarmee verdween het onderwerp op een gegeven moment uit de frontlinie en dat was op dat moment min of meer het einde van het onderdeel Informatiesamenleving. Na het opzetten van het big data-onderzoeksprogramma bij TNO ben ik in 2015 vertrokken naar SURF.”

Bij deze coöperatie van onderwijs- en onderzoeksinstellingen op het gebied van digitalisering werd Fledderus algemeen directeur. “Onderwijs en onderzoek spraken mij sowieso aan – sinds 2003 was ik buitengewoon hoogleraar aan de TU Eindhoven op het gebied van mobiele netwerken – en ik zag de rol van digitalisering. Een van mijn opgaven was de governance te verbeteren, zodat de agenda van de verschillende sectoren binnen SURF beter zichtbaar werd. Vorig jaar is daarvoor de structuur aangepast en een andere bestuursvorm gekozen. Dat was voor mij aanleiding om iets anders te gaan doen en voor mezelf te beginnen.”

Meten en verbeteren

Op dat punt in zijn loopbaan kwam Fledderus in gesprek met Windesheim. “Of ik kon helpen het nieuwe lectoraat Industriële Automatisering & Robotica uit te bouwen tot iets dat meer met digitalisering in bredere zin doet.” Zo is hij per 1 februari 2021 ingehuurd als kwartiermakend lector Digital Business & Society. Hij heeft twee jaar de tijd gekregen om te onderzoeken of het zinvol is een dergelijk lectoraat binnen Windesheim op te zetten en zo ja, hoe dat moet worden ingericht. ‘Digital Business & Society’ is een werktitel, benadrukt Fledderus. Duidelijk is in ieder geval dat het breder reikt dan de maakindustrie en dat focus niet ligt op de hardware.

“Je ziet sowieso dat software ook binnen de robotica heel belangrijk is. Slimme machines moeten slim worden aangestuurd, een deel van de hardware is te programmeren, hardware en software lopen steeds meer in elkaar over.” Een belangrijk onderwerp naast software is voor Fledderus meten. “Je moet, in de maakindustrie maar ook daarbuiten, continu kunnen meten wat er in je slimme processen gebeurt. Dat kan te maken hebben met precisie, doorvoersnelheid en heel veel andere factoren. De vraag is vervolgens wat je met al die meetgegevens doet. Dat is waar digitalisering over gaat: slimme dingen doen met je data en kijken of je daarmee processen kunt verbeteren.”

Overlap en bruggetjes

Het heeft dus niet alleen betrekking op industriële processen en robots, maar ook op mensen. “Soms zijn bepaalde processen hard vastgelegd in een organisatie: deze meneer is daar verantwoordelijk voor en deze mevrouw voert die taken uit. Als je dankzij digitalisering gegevens hebt over hoe het anders, beter zou kunnen, kun je kijken of je die processen anders kunt inrichten. Zo heeft digitalisering veel overlap met andere gebieden, zoals nieuwe businessmodellen en procesinnovatie. Hier ligt voor mij als kwartiermakend lector een belangrijke vraag: waar stop je met dit lectoraat en waar ga je met de onderwerpen die je oppakt over naar een ander lectoraat?”


Erik Fledderus, kwartiermakend lector Digital Business & Society

Een eerste onderzoekslijn voor een nieuw lectoraat is de bestaande rond industriële automatisering & robotica die is opgebouwd door associate lector Aart Schoonderbeek. Als kandidaat voor een tweede onderzoekslijn ziet Fledderus digitalisering in het mkb. “Welke lessen zijn daar te leren, welke implementatiemodellen kunnen we hanteren?”

Hij trekt dat breder dan de maakindustrie en in beginsel ook breder dan het domein Techniek. “Een lectoraat is gekoppeld aan een domein en dan ligt Techniek voor de hand, maar ik hoop dat we af en toe bruggetjes kunnen bouwen naar andere domeinen, met gezamenlijke onderzoeksprojecten. Binnen Techniek heb ik collega-lectoren op het gebied van de energietransitie en de zorg die ook veel met digitalisering bezig zijn. Hun medewerkers hebben er veel verstand van, maar veelal in de specifieke context van energie of zorg. Ook op het gebied van bijvoorbeeld logistiek en supply chain management zou je nog mensen kunnen betrekken die affiniteit met digitalisering hebben. De vraag is hoe we dit al vrij drukke speelveld, met ook nog de opleiding HBO-ICT, kunnen versterken met een lectoraat dat een stevige pijler digital business heeft.”

Techniekfilosofie

In zijn beantwoording van de vraag naar het nut van zo’n lectoraat, komt Fledderus weer uit bij de techniekfilosofie. “Je ziet dat techniek ook andere kanten heeft dan alleen de functionele, en digitalisering is daar geen uitzondering op. Denk aan thema’s als privacy, veiligheid en de wijze waarop je met digitalisering tot een soort parallelle werkelijkheid komt die zich soms onafhankelijk lijkt te bewegen van de fysieke werkelijkheid. Dat kun je wel mooi een digital twin noemen, maar de vraag is wat je met die maatschappelijke aspecten en zorgen doet. Zie je die als een ‘noodlottige’ schade, dat je gewoon voor lief moet nemen? Of kun je in de ontwerpfase die aspecten al adresseren?"

"Op dit moment is dat wel een belangrijke ontwerpfilosofie aan het worden. Niet op het eind van een technologieontwikkeling nog dingen repareren, maar vanaf het begin integraal meenemen dat een technologie veilig moet zijn en zorgen voor ‘privacy by design’. Daar zijn nu al concrete voorbeelden van. Zoals zorgen dat je iets alleen kunt doen als je er twee keer over nadenkt, bijvoorbeeld door een extra code te moeten ingeven. Dat maakt heel transparant welke keuzes je op dat moment maakt, terwijl tot nu toe die keuzes soms al onder de motorkap zijn genomen en je in één keer kunt doorlopen naar gevoelige data. Het feit dat je een eenvoudig password kunt invoeren, en dus makkelijk bent te hacken, is een ontwerpkeuze. Een ontwerper kan er ook bewust voor kiezen wachtwoorden die te eenvoudig zijn te laten afwijzen of een systeem met 2-factor-authenticatie bouwen, waarvoor alleen een wachtwoord dus niet voldoende is. Daarmee wordt het keuze voor een organisatie om hier gebruik van te maken – of niet.”

Irritaties en verbeterpunten

Fledderus vindt het ook belangrijk om ontwerpkeuzes te baseren op feitelijk gedrag van mensen. “Er is een school die zegt dat je eerst moet kijken naar mensen, hoe ze omgaan met bestaande oplossingen, van winkelwagentjes tot laptops. Waar zitten de kleine ergernissen, waar gaan mensen voor gebruik varianten bedenken op hoe de ontwerper het had bedacht? Vervolgens kun je gebruikers actief gaan vragen: ‘Als je iets zou mogen veranderen, wat zou dat dan zijn?’ Dan ga je ze niet alleen observeren, maar hen ook betrekken; dat is een mooie stap naar praktijkgericht onderzoek. Bij bedrijven en andere organisaties in gesprek gaan, niet alleen met het management maar ook met de daadwerkelijke gebruikers, over hun irritaties en verbeterpunten. Dat kan een goede bron zijn voor vernieuwing en onderzoek.”

Verbinder

Over nieuwe thema’s voor onderzoek praat Fledderus inmiddels met bedrijven en instanties als de Economic Board Regio Zwolle. “Dat gaat bijvoorbeeld over vraagstukken die ze hebben op het gebied van cyberveiligheid en digitalisering in het algemeen. Hebben ze met name behoefte aan meer mensen met verstand van dit soort zaken en is een afstudeerder of een groep studenten voldoende , of is er een onderzoekscomponent uit hun vragen te destilleren?”

Al enige tijd loopt er bij SIA, landelijk regieorgaan voor praktijkgericht onderzoek, een aanvraag voor een SPRONG-subsidie, bedoeld ter stimulering van de samenwerking tussen onderzoeksgroepen van verschillende hogescholen. De aanvraag gaat onder meer over digitalisering en komt van de hogescholen Saxion en Windesheim. Dat is natuurlijk in het straatje van TechForFuture. Directeur Alexander Jansen is dan ook nauw bij deze aanvraag betrokken. Fledderus: “Alexander is een belangrijke verbinder en weet de samenwerking tussen Saxion en Windesheim goed vorm te geven. Hij zoekt naar thema’s op het gebied van technologieontwikkeling en -toepassing die zinnig zijn om samen op te pakken, met bedrijven die hun concrete vraagstukken daar willen neerleggen. Hij is de moderator van dit soort gesprekken en uiteindelijk ook financier van projecten, altijd complementair aan financiering die van buiten komt. Mijn beeld tot dusver is dat er voldoende vraagstukken zijn om onderzoek voor op te zetten. De vraag is nu: hoe geef je dat vorm en hoe weet je bedrijven te mobiliseren om mee te investeren?”

Praktijkgericht onderzoek

Bij de inrichting van een eventueel lectoraat hecht Fledderus veel waarde aan de rol van docent-onderzoekers. “De samenwerking tussen onderwijs en onderzoek moet heel sterk zijn. Aan universiteiten zijn het haast twee werelden op zich. Ik zou het jammer vinden als dat aan hogescholen ook zo zou worden. De verbinding tussen onderwijs en onderzoek wordt sterker als dat gebeurt in de vorm van concrete personen. De business van een hogeschool is voor het grootste deel onderwijs, en praktijkgericht onderzoek is nog best bijzonder en dat vergt verdere verdieping. Daarvoor ga ik als lector, verantwoordelijk voor dat onderzoek, echt investeren in samenwerking met het onderwijs, bijvoorbeeld de succesvolle opleiding ICT hier aan Windesheim.”

Ook voor de criteria wat nu een succesvolle onderzoekslijn is, wil Fledderus zich niet te veel spiegelen aan universiteiten. “Niet alleen het aantal publicaties en het geld dat je voor nieuwe projecten binnenhaalt. Het gaat volgens mij niet zozeer om de throughput maar om de outcome, de impact die je onderzoek heeft. Wees daar ook niet eenkennig in, want elke onderzoekslijn kan op eigen manier succesvol zijn. Bij digitalisering van het mkb zal het onderzoek dat je doet en het aantal papers dat je daarover schrijft waarschijnlijk beperkt zijn, maar kun je op een andere, praktische manier veel betekenen voor mkb’ers.”

Perron038

De vraag naar een Windesheim-signatuur van het nieuwe lectoraat kan Fledderus nog niet beantwoorden. “Interessant vind ik wat de wisselwerking tussen de regio Zwolle en Windesheim is. Misschien moet de opdracht wel zijn om de hogeschool zichtbaarder te maken in de stad en de regio. Daar zou ik zeker aan willen meewerken.” In de vorm van Perron038, de Zwolse innovatiehub voor de maakindustrie, heeft Windesheim daar alvast een mooie uitvalsbasis voor, vindt Fledderus. “Dat is een mooi voorbeeld van hoe je labs middenin de stad heel zichtbaar kunt opzetten. Het staat, onder meer voor industriële automatisering & robotica, al vol met fantastische opstellingen, die heel tactiel, heel aanraakbaar zijn. Digitalisering blijft toch veel in de hoofden van mensen en in de cloud zitten. De ambitie zou kunnen zijn om in Perron038 ook een digitaal lab heel zichtbaar en transparant in te richten.”

Ambities genoeg dus bij Fledderus, maar zijn conclusie na maximaal twee jaar verkennen en kwartiermaken kan nog altijd zijn dat een lectoraat niet nodig is. “Het succes van mijn opdracht is niet dat er een lectoraat komt, maar dat ik de verkenning goed heb uitgevoerd en er draagvlak is voor de conclusie dat zo’n lectoraat er wel of juist niet moet komen. Als het lectoraat er wel komt, kan de benaming ook nog weer anders worden. In ‘Digital Business & Society’ zit weinig techniek en bij andere hogescholen zie je een vergelijkbaar lectoraat soms in het domein Economie. Misschien moeten we in de naam al aangeven dat er overlap is tussen verschillende domeinen.” ‘Meten’ wat de behoefte is en op basis daarvan de organisatie verbeteren, het blijft een rode draad voor Erik Fledderus.