Op 22 september won lector Kunststoftechnologie, Margie Topp, de Deltapremie voor haar onderzoek naar ‘lastige kunststoffen’. Vandaag werd bekendgemaakt dat het lectoraat in deze zelfde week nog een prestigieuze prijs in de wacht heeft gesleept. Ook de RAAK-award gaat naar Kunststoftechnologie. Ditmaal valt associate lector Albert ten Busschen in de prijzen voor zijn onderzoek naar het hybride hergebruik van kunststoffen.

Met de Deltapremie wil het lectoraat de enorme berg autobanden gaan bedwingen Zo bereiken elk jaar wereldwijd 1,5 miljard autobanden het einde van hun levensduur. Een afvalberg waarmee niets meer gedaan kan worden. Maar het lectoraat doet veel méér. Niet alleen over rubber, maar ook over composieten bogen ze zich. Van windmolenwieken maakten ze oeverbeschoeiingen en van oud NS-interieur spooronderdelen: onder leiding van Albert ten Busschen. De RAAK-jury is “onder de indruk van de brede range van lastig te recyclen producten waarop de methodiek kan worden toegepast. Dit onderzoek biedt een oplossing voor een groeiend probleem. Kunststoffen die heel functioneel zijn in hun gebruik, maar lastig te recyclen vallen aan het eind van de levensduur van het product waarin ze zijn verwerkt.”

Albert ten Busschen aan het woord: een hart dat slaat voor composieten én duurzaamheid
Als kleine jongen sloeg hij de spijkers al recht die uit een partij sloophout kwamen. Zijn vader timmerde van losse planken een nieuwe schuur en de gebruikte spijkers konden daarin prima een tweede leven krijgen. En in die schuur bouwde zijn vader weer een Gelderse kussenkast van hergebruikt meubelhout. Grappig dat zijn pa dat deed, vindt Albert ten Busschen als hij eraan terugdenkt. Hij zou zijn vader niet zo snel nadoen als het gaat om het maken van een meubelstuk voor in huis, maar in zijn werk als associate lector bij het lectoraat Kunststoftechnologie kan hij zijn passie voor hergebruik van afval in de industrie en het bedrijfsleven meer dan kwijt.


Associate lector Albert ten Busschen - winnaar van de RAAK-award 2021 (bron: Windesheim)

Hergebruik avant la lettre
In de tijd dat de vader van Ten Busschen zijn eigen kast bouwde, waren recycling en duurzaamheid nog geen ‘top of mind’-thema’s. De moeder van Ten Busschen keek met enige argwaan naar het werk van haar man: moest dit nou? Maar het moest, omdat zijn vader ontevreden was over het feit dat het gros van de kasten uit één stuk werd gemaakt. “Dat was lastig als je de kast bijvoorbeeld eens wilde verhuizen. Mijn vader bedacht een kast die uit meerdere delen bestond en die je daardoor makkelijk kon meenemen. Mijn vader is er niet meer, maar de kast verhuisde al vele keren mee. Hij staat nu in het atelier van mijn zus”, vertelt Ten Busschen. “Ik ben in mijn privéleven niet per se idealistisch, maar bij verkwisting en extravagantie voel ik me niet goed.”

De appel valt niet ver van de boom
Waar zijn vader zocht naar de oplossing van het probleem van een lastig te demonteren kast, is Ten Busschen als onderzoeker elke dag bezig met het bedenken van oplossingen voor problemen die zich binnen de industrie en bij bedrijven voordoen. En een groot probleem waarvoor al meer dan 30 jaar verwoede pogingen worden gedaan om een goede oplossing te vinden, is het recyclen van composiet. Uit het oersterke en lichte materiaal, waarvan onder meer rotorbladen van windmolens en rompen van plezierjachten worden gemaakt, proberen onderzoekers al decennialang de oorspronkelijke grondstoffen (zoals hars en glasvezels) terug te winnen om opnieuw te kunnen gebruiken.

Al die pogingen mislukten
Maar toen Ten Busschen een aantal jaren geleden aan de slag ging bij het lectoraat Kunststoftechnologie, was hij vastbesloten een oplossing te vinden voor dit probleem. “Ik ben 8 jaar voorzitter geweest van de branchevereniging voor composiet. Toen speelde het afvalprobleem al. Dan gebruik je windmolens om schone energie te produceren, maar nu die eerste generatie windturbines aan het einde van haar levensduur is aangekomen, blijk je niets te kunnen met die rotorbladen”, legt Ten Busschen uit. “Hoe duurzaam is dat dan?”

Er is van alles geprobeerd
Je kunt composiet verbranden, maar de glasvezels die overblijven, hebben aan kracht verloren en kunnen niet goed worden hergebruikt. Ook kun je composiet met chemicaliën oplossen, maar dan krijg je er een ellendiger spulletje voor terug, weet Ten Busschen. “Ook niet duurzaam”, concludeert hij. “Uiteindelijk kwam het erop neer dat je dit niet terug kunt brengen naar de oorspronkelijke grondstof. Wat we toen hebben geprobeerd, is het tot stroken snijden. Maar omdat het materiaal vaak gekromd is, omdat dat zo goed kan met composiet, heb je er in lange stukken weinig aan. Bovendien is dat een bewerkelijk proces.” Wat wel werkte, was het materiaal versnipperen tot vlokken. Dan is het materiaal nog steeds sterk en waterbestendig en kun je het met nieuwe hars gieten tot een dikke balk of een biels.

Nieuwe toepassingen
Zijn studenten die stage lopen of een minor volgen binnen het lectoraat Kunststoftechnologie konden met die toepassing prima uit de voeten. Zo bedachten ze beschoeiing voor de oevers van waterwegen in Almere. De hardhouten balken die daar tot nu toe werden gebruikt, zijn vervangen door balken van composiet. Die gaan veel langer mee. Ook werden er damwanden van composiet uitgedacht en geproduceerd. Samen met NS bedachten Ten Busschen en zijn techniekstudenten bovendien een oplossing voor de spoorwegen, die niet wisten wat ze met de composieten zijwanden aan moesten die bij afgeschreven treinstellen overbleven. Het laatste stukje trein werd hergebruikt door van composiet een dwarsligger te maken die de treinrails op zijn plek houdt en ondersteunt.

Het complete plaatje
Ten Busschen wordt blij van die samenwerking en creativiteit op zijn werkplek. “Ik vind het geweldig met studenten te brainstormen en nieuwe producttoepassingen te bedenken”, zegt hij. “Ik heb een groot netwerk in de industrie, omdat ik er jarenlang in heb gewerkt. Daardoor kunnen we ook buiten de hogeschool producten ontwikkelen en testen. Dat is nodig, want zelf hebben we bijvoorbeeld niet de financiën om allerlei machines aan te schaffen. Zo mochten we een tijdje geleden in een hoekje van een fabriekshal van het bedrijf Welex een productiestraatje inrichten om balken van composiet te maken en te testen. Als dan alles samenkomt en het plaatje compleet is, geniet ik daarvan.”

Albert ten Busschen: "ik vind het geweldig met studenten te brainstormen en nieuwe producttoepassingen te bedenken" (Bron: Windesheim)

De associate lector is ambitieus
Ten Busschen is gedreven om de producten en toepassingen die zijn studenten bedenken verder te brengen dan een prototype. “Het belangrijkste is dat toepassingen waar composietafval in is verwerkt, op grote schaal gebruikt gaan worden. Dat is mijn droom, dan wordt het realiteit. Dat moet ook wel op gang komen, als je bedenkt dat er jaarlijks in Nederland alleen al 6.000 ton composietafval bij komt. Ik vind het mooi als we kunnen laten zien: wat je bedenkt, kan echt. Dat je balken uitdenkt en ontwikkelt waar daarna een kraan overheen kan rijden”, zegt Ten Busschen. “Natuurlijk zijn er onderzoeken waar soms niets uitkomt. Dan heb je een leuk onderzoek gedaan, maar blijkt de toepassing toch niet te werken. Maar ik ben een optimist, je haalt altijd wel iets uit een onderzoek waar je mee verder kunt.”

Onderzoek blijft hard nodig
Dat Ten Busschen met zijn studenten doorgaat met onderzoek naar circulariteit en hergebruik van materialen en grondstoffen staat als een (composieten) paal boven water. “We moeten daar samen met de industrie mee bezig blijven”, zegt Ten Busschen. “We doen nu bijvoorbeeld onderzoek naar de levensduur van nieuwe toepassingen van composiet. Ik kan wel roepen dat hergebruikt composiet 60 tot 100 jaar meegaat, maar dan krijg ik terug: ‘Bewijs het maar eens, de toepassing is tenslotte nog zo nieuw!’ En er komen telkens nieuwe vragen bij. Daar ligt echt een rol voor ons als hogeschool en ik vind het een uitdaging om daaraan mee te werken. Met circulariteit in de maatschappij zijn we er namelijk nog lang niet.”

De RAAK-award is een prijs voor het beste praktijkonderzoek van Nederlandse hogescholen. De prijs is een initiatief van Nationaal Regieorgaan SIA(opent in nieuw tabblad). De organisatie bevordert de kwaliteit en impact van het praktijkgericht onderzoek, onder meer door onderzoek te financieren. Op 25 november werd de juryprijs van tienduizend euro op een congres uitgereikt. De Deltapremie die lector Margie Topp deze week ontving is een initiatief van SIA en de Vereniging Hogescholen(opent in nieuw tabblad) én een erkenning voor de waardevolle bijdrage die lectoren met hun onderzoeksgroep leveren aan de samenleving.

Dit artikel is geschreven en gepubliceerd door Windesheim.