Hoe houden gemeenten hun binnensteden bruisend en aantrekkelijk voor bezoekers? De vraag naar winkelruimte loopt in veel binnensteden terug, terwijl we steeds meer online winkelen. Met het TechForFuture-project ‘Hightech Binnenstad’ onderzocht het Saxionlectoraat Smart Cities hoe gemeenten op een datagedreven manier hun binnenstadbeleid kunnen formuleren en monitoren. Lector Mettina Veenstra: “Op ons dashboard is ook het effect van de coronacrisis te zien. Het bezoekersaantal van de Deventer binnenstad stortte vanaf 15 maart compleet in.”

De huidige coronacrisis is een uitzonderlijke situatie, waarvan de effecten in binnensteden de komende tijd merkbaar zullen blijven. Afgezien van de huidige omstandigheden is de vitaliteit van binnensteden al langer een aandachtspunt van gemeenten. Wie beleid maakt en evalueert, wil grip hebben op wat zich op straat afspeelt.

“Veel gemeenten gaven daarom al jaren periodiek een binnenstadmonitor uit,” vertelt Veenstra “Voor dat soort rapporten werd het winkelend publiek geënquêteerd, er vonden passantentellingen met de bekende handklikkertjes plaats en men inventariseerde de winkelleegstand. Zo’n rapport gaf eens per jaar, of soms per twee of vijf jaar, een beeld hoe de binnenstad er voor stond. Tegenwoordig veranderen binnensteden soms razendsnel. Wanneer één winkel uit een straat vertrekt, kan dat een domino-effect op de rest van het aanbod hebben. Gemeenten hebben dus steeds meer behoefte aan real-time informatie over de ontwikkelingen, om veel sneller in te kunnen grijpen als dat nodig is.”

Van papieren rapporten naar real-time binnenstadmonitoring

Eind 2017 startte Mettina Veenstra’s lectoraat Smart Cities, met overheidsorganisaties en bedrijven, het onderzoeksproject Hightech Binnenstad. “Met een aantal partners hadden we het beeld dat technologie en data ons konden helpen om beter grip op de ontwikkelingen in binnensteden te krijgen. De participerende gemeenten wilden graag die omslag van papieren rapporten naar real-time binnenstadmonitoring maken.”

Centraal in het onderzoek stond de vraag hoe het mogelijk is de effecten van interventies in de binnenstad op een privacy-vriendelijke manier te meten, visualiseren en te analyseren. Daarbij draaide het om bezoekersaantallen én om de beleving en tevredenheid van de bezoekers. “Na de opstartfase van het onderzoek kozen we voor drie proefgemeenten. We werkten aan een unieke mix van bestaande en nieuwe datasets en meetinstrumenten om inzicht te krijgen in bezoekersaantallen en de manier waarop bezoekers de binnenstad beleven. In binnenstadbeleving zijn gemeenten in toenemende mate geïnteresseerd. Tegelijkertijd is het iets dat nog niet structureel gemeten wordt. De extra aandacht voor deze manier van  dataverzameling maakt het project interessant”, aldus Veenstra.

Alternatief voor wifi-tellingen

Het onderzoek richtte zich op Amersfoort, Zwolle en Deventer. In laatstgenoemde gemeente vond de meest uitgebreide pilot plaats. Het onderzoek maakte bijvoorbeeld gebruik van data die al verzameld werden, zoals verkeersdata uit weglussen en parkeergarages rond de binnenstad. Ook werden nieuwe geluid- en luchtmetingen door partner Antea Group betrokken. “Het samenbrengen van de verkeergegevens is een alternatief voor het handmatig tellen op straat en ook voor de, volgens de Autoriteit Persoonsgegevens, minder privacy-vriendelijke wifi-tellingen”, vertelt de lector.

"We deelden gps-trackers uit en vroegen mensen tijdens hun bezoek aan de binnenstad op een knop te drukken, wanneer ze een bepaalde plek aantrekkelijk vonden. Dat gaf ons een beeld van hun route én hun beleving."

Privacy speelde een belangrijke rol in het onderzoek, vertelt de lector. “Het inzetten van een meetinstrument als wifi-tracking raakt direct aan de privacy van bezoekers. Je kunt een batterij van dat soort middelen inzetten, maar als mensen zich daar niet prettig bij voelen, wordt hun beleving er niet beter op. Onderdeel van ons onderzoek was een bijeenkomst in Zwolle, waarbij we met burgers, bedrijven, gemeenten en de VNG in gesprek gingen over privacy bij het meten van binnenstadgebruik. Wat accepteren bezoekers nog en waar voelen zij zich juist onprettig bij? Dat heeft ons nuttige richtlijnen en handreikingen voor gemeenten opgeleverd rond acceptatie van dit soort dataverzameling door bezoekers.”

Mettina Veenstra, lector Smart Cities

Datagedreven werken met een dashboard

Met betrokken bedrijven en gemeenten bouwde het Saxion lectoraat aan een dataplatform dat voeding bood aan een dashboard. “Zo’n platform zorgt voor een voortdurend groeiende hoeveelheid data, die de basis kan vormen voor nieuw onderzoek. Het ontwikkelde dashboard hebben we met beleidsmedewerkers van de gemeente Deventer getest. Hielp het hen bij datagedreven werken? Het dashboard bleek direct verrassende inzichten op te leveren. Zo kiezen bezoekers die Deventer vanaf De Worp, met het voetveer over de IJssel binnenkomen onverwachte en minder doelgerichte routes door de binnenstad. Wie van het station komt, laat vaak een doelgericht routepatroon zien. De impact van evenementen als de Deventer Boekenmarkt en het Dickens Festijn is enorm. Dat is misschien minder verrassend dan het zichtbare effect dat ook theatervoorstellingen op het gebruik van de binnenstad hebben. Verder blijken bomen en ander groen minder bepalend voor de beleving van bezoekers dan historische gebouwen.”

Ongekende mogelijkheden

De kracht van het dashboard zit in het feit dat het op tijd gebaseerd is. Met een tijdbalk kunnen gebruikers op een kaart snapshots van allerlei data op specifieke momenten in het verleden bekijken. Ook is er inzicht in de actuele situatie in de binnenstad. Zowel drukte als de kwalitatieve binnenstadbeleving van bezoekers is op verschillende plekken af te lezen. “Het tijdreizen helpt beleidsmakers niet alleen inzicht te krijgen in de effecten van hun interventies. Het geeft hen ook handvatten om hun verhaal te vertellen, om gerichter te communiceren met ondernemers en burgers. Dat biedt mogelijkheden de techniek en werkwijze in te zetten bij een dossier als klimaatadaptatie. We kijken nu naar vervolgstappen en zien echt mogelijkheden om bij te dragen aan het oplossen van dit soort maatschappelijke uitdagingen. Met dit project hebben we praktijkgericht onderzoek uitgevoerd, met direct toepasbare resultaten, op een onontgonnen terrein. Het op tijd gebaseerde dashboard, de grote en voortdurend groeiende hoeveelheden data in combinatie met data science en kunstmatige intelligentie bieden ongekende mogelijkheden. Net als de verhalen die met die data verteld kunnen worden. Inwoners, bedrijven, gemeenten en kennisinstellingen kunnen, in samenwerkingsverbanden, allerlei hedendaagse uitdagingen gezamenlijk en op een data gedreven manier aangaan.”

Lees hier de publicatie “Data voor vitale binnensteden: geleerde lessen uit pilots in drie Nederlandse steden” / Mettina Veenstra, Bert Groot, Heinze Havinga, Mark Melenhorst, Jaap Reitsma en Timothy Sealy. Het boekje verschijnt op 21 april 2020 ook in gedrukte vorm.

Het TechForFuture-project Hightech Binnenstadsmonitoring vond plaats onder regie van lectoraat Smart Cities van Saxion. Atos, de gemeenten Amersfoort, Apeldoorn, Deventer, Enschede, Hoorn, Utrecht, Zeist en Zwolle vormen het consortium en hebben financieel bijgedragen aan het project. Overige projectpartners waren 100% FAT, Antea Group, CityBeacon, Esri, FIWARE Lab NL, KPN, Lokaal Loyaal, Mobidot, Platform31, VNG en Vodafone Ziggo. Dit artikel is gepubliceerd door Saxion.